Het gehoorzamen van de Hoekaam.

Door: Shaych al-'Allaamah Haafiedh Ibn Ahmed al-Hakamie rahiemehoellaah
Vraag: “Wat is verplicht voor ons betreffende de mensen die het gezag over ons hebben oftewel de Hoekaam (Heersers)?”

Antwoord: “Het is verplicht om hen te adviseren, door hen te ondersteunen op de waarheid, en hen daarin te gehoorzaamen en toe op te dragen. Dat zij met zachtheid geadviseerd dienen te worden, dat men achter hen bidt, djihaad dient met hen uitgevoerd te worden, zij behoren de zakaat en de aalmoezen gegeven te worden, men moet geduld hebben met hen ookal zijn zij onrechtvaardig. Het laten van het verheffen van wapens tegen hen behalve wanneer zij openlijke koefr vertonen. En zij dienen niet opgehemelt te worden door middel van gefabriceerde leugens over hen, en men behoort smeekgebeden voor hen te verrichten voor rectificatie en begunstiging.”

Vraag: “Wat zijn de bewijzen hiervoor?”

Antwoord: Allaah zegt:
“O jullie die geloven gehoorzaam Allaah en gehoorzaam de Boodschapper en degenen onder jullie die het gezag in handen hebben.”
(Soerah an Nisaa (4): 59.)

En de uitspraak van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe alayhie wa sallem):

"Luister en Gehoorzaam, zelfs wanneer er een slaaf jullie leider is!" ( Overgeleverd door al-Boechaarie, Moslim, Aboe Dawoed, Ibn Maadjah, Ahmed.)

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

“Degene die iets ziet van zijn amier wat hem niet bevalt, dan moet hij er geduldig mee zijn, want voorwaar een ieder die zich afscheidt van de djamaa’ah (groep) met een spanwijdte van een hand dan zou hij als hij zou sterven de dood van Djaahiliyyah sterven.”

Over deze hadieth bestaat een overeenstemming (Boechaarie en Moeslim).
Op de autoriteit van Ibn Abbaas (radiallaahoe ‘anhoe). Boechaarie (nummers 7053, 7054, 7143), Moeslim (nummers 55, 56) en Ahmed in zijn ‘Moesnad’ (1/275, 297, 310).

En Ubaadah Ibn as-Saamit (radiallaahoe ‘anhoe) die heeft gezegd:

“De Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie wa sellem) riep ons en nam de Eed van Trouw van ons aan. Dus hetgeen dat hij van ons aannam als Eed was; dat wij zouden luisteren en gehoorzamen met zin en tegenzin, en in voor- en tegenspoed, en wanneer iemand de voorkeur heeft gekregen boven ons, dat wij niet de authoriteit van de heersers in geding brengen. Behalve als jullie duidelijk ongeloof zien, waar jullie een bewijs voor hebben bij Allaah.”
Sahieh. Boechaarie (nummer 7052), Moeslim (nummer’s 41, 42), en-Nasaa’ie (nummer’s 4153, 4154), Ibn Maajah (nummer 2766) en Ahmed (3/144, 5/316).

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

"Als er over jullie een zwarte slaaf met een afgehakte neus (en/of oren, hand(en) en lippen) wordt aangesteld die jullie met het Boek van Allaah leidt, luister dan naar hem en gehoorzaam!" (Moslim, Tirmidhie, Ibn Maadjah, Ahmed.)

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

“Het is verplicht voor elke moslim om te luisteren en te gehoorzamen in hetgeen hij graag heeft en in hetgeen hij niet graag heeft, behalve als hem wordt bevolen zonden te plegen,want wanneer hij tot zonden verplicht wordt dan luistert hij niet noch gehoorzaamt hij.” Over deze hadieth bestaat een overeenstemming (Boechaarie en Moeslim).
Op de autoriteit van Ibn Umar (radiallaahoe ‘anhoe). Boechaarie (nummer 2955, 7144), Moeslim (nummer 38), Tirmidie (nummer 1707), Ibn Maajah (nummer 2864), Aboe Dawoed (nummer 2626) en an-Nasaa’ie (nummer 4206).

En hij (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

"Voorwaar, het gehoorzamen (aan de leider etc) is alleen ten opzichte van wat bekent is (van geboden en verboden in de Islaamitische wetgeving)."
(Overgeleverd door Boechaarie, Moslim,. Aboe Dawoed, An-Nesaa`ie en Ibn Maadjah.)

En hij (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

Zelfs al slaat hij je op je rug en neemt hij je bezit af. Dan nog, moet je luisteren en hem gehoorzamen.” Sahieh. Op de autoriteit van Hoedayfah (radiallaahoe ‘anhoe), hetgeen een gedeelte is van een langere hadieth. Moeslim (nummer 52). Een andere hadieth met een gelijksoortige betekenis is overgeleverd door Ubaadah as-Saamit (radiallaahoe ‘anhoe) door Ibn Hibbaan (nummer 4547).

En hij (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

“Eenieder die ongehoorzaamheid vertoont (tegenover zijn leider), zal Allaah op de Dag des Oordeels ontmoeten zijnde in een toestand dat hij geen bewijs noch excuus heeft, en eenieder die sterft zonder een eed van trouw voor de amier aan zijn nek te hebben, dan sterft hij de dood van Djahiliyyah.”
[Sahieh. Op de autoriteit van Ibn Umar (radiallaahoe ‘anhoe). Moeslim (nummer 58), Haakim (1/77, 177)

degene die het authentiek verklaarde naar gelang van de voorwaarden die gesteld worden door de twee Shaychs (Boechaarie en Moeslim) en ad-Dhahabie was het hier mee eens. Iemaam al-Albaanie (raghiemaoellaah) verklaarde het tevens authentiek in ‘as-Sahiehah’(nummer 984) en in ‘Sahieh al-Djaam’ie’ (nummer 6105)]

En hij (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

“Eenieder die wenst de aangelegenheden van deze Oemmaah in stukjes te delen terwijl de Oemmaah verenigd is, stel hem dan terecht door zijn hoofd er met een zwaard af te slaan, wie hij dan ook mag zijn.”
(Sahieh. Op autoriteit van Arfajah. Moeslim (nummer 59, 60), Aboe Daawoed in ‘as-Soennaah’, het hoofdstuk van het vermoorden van de Chawaarij (nummer 4762), an-Nasaa’ie (nummer’s 4020, 4023) en Ahmed (nummer’s 4/261, 341, 5/24).

En hij (salallaahoe `alayhie wa sallem) heeft gezegd:

Er zullen leiders komen die (wettelijk voor jullie) bekende zaken zullen verrichten en zaken zullen verrichten die jullie verwerpen, en eenieder die hun handelingen afkerig is zal vrijgepleidt zijn en eenieder die(hun daden) verwerpt zal veilig zijn. Maar degene die daarmee tevreden is en volgt (is degene die onrechtvaardig is tegenover zichzelf). Zij (de Sahabah) zeiden: “Zullen we hen (die leiders) bestrijden?” Hij zei: “Nee! (Niet) zolang zij het gebed tot stand blijven brengen.”

(Sahieh. Op autoriteit van Oemm Salamah (radiallaahoe ‘anhaa). Moeslim (nummer 62, 63, 64), Aboe Dawoed in ‘as-Soennaah’, het hoofdstuk van het vermoorden van de Chawaarij (nummer 4760), Tirmidie (nummer 2265), and Ahmed (nummer’s 6/295, 302, 305, 321).

En zo zijn er nog andere ahadieth (in deze context), zij allen zijn terug te vinden in de authentieke Hadithboeken.

Bron: ‘A’laam as-Soennah al-Manthoerah al-Ei’tiqaad at-Tae’fatoen-Naajiyyatal Mansoerah’

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos