Takfier al-Moe’ayyin

Samenvatting van de voorwaarden betreffende takfier op een specifiek persoon.

As-Shaych Mohammed bin ‘Oemar Baazmoel hafidhahoellaah
.
1

1 SN: Shaych Muhammed Baazmoel hafidhahoellaah is een leraar aan de Universiteit van Oemm al Qoraa in Mekka en heeft zeer profijtvolle boekwerken geschreven in het veld van hadieth en zijn wetenschappen, fiqh en weerleggingen op ideologieën, misconcepties en personen. Hij is een van de Mashaych die een sterke band hebben met al ‘Allaamaah Rabi’ al Madkhalie hafidhahoellaah en deze prijst hem zeer sterk aan!

Takfier al-moe’ayyin en zijn voorwaarden

In zijn weerlegging op één van de hoofden van extremisme en takfier in onze tijd, Aboe Mohammed al Maqdisie2 (‘Isaam Barqawie) gaf as Shaych Mohammed bin ‘Oemar Baazmoel – hafidahoellaah - de Oesoel (fundamenten ) van Ahloe Soennah in het ongelovig verklaren van een specifiek persoon weer. Hij zei – hafidhahoellaah :

“En van hieruit maakten Ahloe Soennah wal-Djamaa’ah een verschil tussen takfier op een specifiek persoon (takfier al-moe’ayyin) en takfier op iets anders dan een specifiek persoon. Derhalve kan aan een uitspraak of een daad toegeschreven worden dat het koefr (ongeloof) is maar het is hierdoor niet noodzakelijk dat het oordeel van degene die deze daad verricht,dat hij kaafir is.

(Dit) omdat takfier van een uitspraak (dat het koefr is) en (takfier) op een daad (dat het koefr is) behoort tot het onderwerp van takfier op iets anders dan een specifiek individu.

En een specifiek persoon wordt niet ongelovig in hun visie (van Ahloe Soennah) behalve met de voltooiing van de volgende zaken:

1: Het bevestigen van het bewijs. (qiyaam al-hoedjah)

2: Bevestiging van de (vervulling) van de voorwaarden. (thoeboet ash-Shoeroet)welke zijn:

- Het verkrijgen van correcte kennis (hoesoel al-‘Ilm as-Sahieh)

- Verifiëring van de intentie (in het uitspreken van de uitspraak of uitvoering van de daad) (tahaqqaq al-Qasd).

3: Het ontbreken van barrières (obstakels), welke vier zijn, en deze zijn niet verenigbaar met de voorwaarden ( van kennis (‘ilm) en intentie (qasd):

A) Onwetendheid (al-djahl) welke kennis uitsluit;

B) Dwang (al-ikraah) welke moedwillig intentie uitsluit;

C) Fout (al-khata’) welke moedwillige intentie uitsluit;

D) Foutieve interpretatie (at-ta’wiel) welke moedwillige intentie uitsluit.

2 SN: Deze Maqdisie is ook weerlegd door o.a. Shaych Aboe ‘Oemar Oesaama al ‘Oetaybie, Shaych ‘Abdel ‘Aziez ar-Rayyis en anderen, welke verkrijgbaar zijn in boekvorm.

Dus er wordt geen oordeel van ongeloof op een specifiek persoon3 gedaan behalve nadat deze zaken zijn bevestigd, wat tegengesteld is aan (de kwestie) van takfier op iets anders dan een specifiek persoon.”4

Einde van de woorden van Shaych Hafidhahoellaah.

3 SN: Deze zaak is erg gevoelig en precies, en er mag dus niet zonder kennis naar gehandeld worden, keer dus voor het fijne van deze kennis terug naar de geleerden van Ahloes Soennah of kijk in uitgebreidere boeken, zoals manhaadj Imaam Mohammed bin ‘Abdel Wahhaab fie Masa’lat at takfier van ar Radimaan met een inleiding van Shaych Nasr al ‘Aql hafidhahoellaah. En: Manhaadj Ibn Taymiyyah fie Masaa’iel at takfier van Al Mos’bie onder supervisie van Shaych Saalih as Soehaymie hafidahoellaah.

Iemaam Aboe Dja’fer At-Tahaawie zegt in zijn ‘Aqiedah bij punt 57: Wij verklaren niemand van Ahloel‐Qiblah (moslims) als ongelovige doordat hij (grote) zonden begaat, behalve wanneer hij het (doen van deze zonden) als toegestaan ziet!’

4 SN: Als de Selefiyyien en hun ‘Oellamaa dit zeggen dan komt men vaak met uitspraken van Imaams van Ahloe Soennah die spreken over takfier op uitspraken en/of daden algemeen. Dit kan niet specifiek en zonder voorwaarden worden toegepast op individuen. Zoals Shaych Baazmoel Hafidahoellaah verduidelijkte nemen de ‘Oellamaa van Selefiyyah de door hem genoemde stelregels in acht i.t.t. de Khawaaridj en Takfiriyyien. Wij zullen dit bewijzen uit de woorden van ‘Oellamaa waar zij vaak achter schuilen:

Shaychoel Islaam Mohammed bin ‘Abdel Wahhaab Rahiemahoellaah zegt hierover:

Toen er over hem gezegd werd dat hij de Moslims op algemene wijze ongelovig verklaart en dat hij de emigratie naar hem verplicht maakt, zei hij als antwoord hierop:

""Wat de leugens en laster betreft, zoals hun uitspraak: Wij verklaren (mensen) ongelovig op algemene wijze, wij maken de emigratie naar ons verplicht voor degene die in staat is zijn religie openlijk te belijden, wij verklaren degene die niet ongelovig verklaart en niet strijdt, ongelovig, en vergelijkbare zaken en nog veel erger dan dit. Dit alles behoort tot de leugens en laster waarmee zij de mensen weghouden van de religie van Allah en Zijn Boodschapper.

Als wij degenen niet ongelovig verklaren die het afgodsbeeld aanbidden, welke op het graf van 'Abdoel-Qaadir is en het afgodsbeeld op het graf van Ahmad al-Badawie en hun gelijken vanwege hun onwetendheid en het gemis van degene die het aan hen verduidelijkt, hoe kunnen wij degene die geen afgoderij pleegt dan ongelovig verklaren? Als hij niet naar ons emigreert of niet ongelovig verklaart en niet strijdt?

"Vrij bent U (o Allah) van elke tekortkoming, dit is een geweldige laster" (Soerah an Noer 16)…….." Ad Doerrar as-Saniyyah (1/104).


Shaychoel Islaam Ibn Taymiyyah Rahiemahoellaah zegt hierover:

“En Imaam Ahmed verklaarde niet iedere (specifiek persoon) van de Djahmiyyah als koefaar en niet iedereen waarover hij zei Djahmie verklaarde hij ongelovig, en niet een ieder die overeenstemde met de Djahmiyyah in sommige van hun innovaties. Maar hij bad achter de Djahmiyyah die opriepen naar hun uitspraak en de mensen (hiermee) testen en bestraften wie niet overeenstemde met hen met een zware bestraffing. Ahmed verklaarde hen niet ongelovig en zijn gelijken, maar hij geloofde in hun imaan en hun leiderschap en verrichte smeekbeden voor hen…..” Madjmoo’ al fatawa 7/507/508.

‘Abdoellaah en Ibraahiem, zonen van Shaych ‘Abdel Latief bin ‘Abderahmaan en Shaych Soelaymaan bin Sahmaan zeiden:

“En de zaak van takfier van een specifiek individu is een bekende zaak, als men een uitspraak zegt welke koefr inhoudt, dan wordt er gezegd: “Degene die met zo een uitspraak spreekt is kaafir. Maar een specifiek individu als hij dit zegt, dan oordeelt men niet over zijn koefr totdat het bewijs aan hem gevestigd is waarmee hij ongelovig wordt als hij dit laat (niet accepteert).” Ad Doerrar as Saniyyah 10/432/433.

Het is bekend dat ‘Abdel Latief Aal Shaych Rahiemahoellaah een bekende verhandeling schreef welke antwoord op degenen die de woorden van de ‘Oellamaa van Najd misbruikten om van daaruit takfier te doen op moslims zoals te lezen is in ad Doerrar as Saniyyah deel 1 blz. 466 t/m 485.

Deze kunt u hier downloaden:
http://www.fatwa1.com/anti-erhab/Hak...alhtakfeer.doc

Ook heeft Shaych Soelaymaan bin Sahmaan Rahiemahoellaah, een van de ‘Oellamaa van de da’wah as-Selefiyyah uit Najd, een profijtvolle verhandeling geschreven getiteld: “Mienhaadj Ahl al Haq wal Ittibaa’ fie Moekhaalafaat Ahl al Djahl wal Ibtidaa’.” Deze verhandeling is nagekeken door Shaych ‘Abdesallaam bin Burdjis ‘Abd al Kariem Rahiemmaahoellaah en behandeld zoals eerder gezegd het foutieve begrip van sommige laatkomers die de algemene woorden van ‘Oellamaa uit Najd voor hen qouten en dan zonder begrip deze toepassen in hun tijd! Dit is exact wat vandaag de dag gebeurt!

Zie ook het volgende artikel van Shaykh Moehammed ibn Saalih al-‘ Uthaymien betreffende deze kwestie:

http://selefienederland.nl/site/inde...29 &Itemid=26
Vertaling : Aboe Roemayssae Ridouan al-Hollandi
Bron: takfiris.com en nagekeken vanuit de arabische bron “Moedhakkirah ar -rad ‘alaa koetoeb mashboehah.”

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos